Blog van VvEd lid Russel: het voordeel van een zwaar leven

/Bericht van de leden... /Blog van VvEd lid Russel: het voordeel van een zwaar leven

Blog van VvEd lid Russel: het voordeel van een zwaar leven

Ik ben al  jong flink onderuit gehaald ‘door het leven’, maar stond altijd weer op. Gevoed door brede interesse en angst voor herhaling wilde ik leren van wat er mis ging.

Tijdens mijn “walkabout years” (o.a. twee jaar dakloos en psychotisch) heb ik mijn spiritualiteit ontdekt en koos ik voor zingeving.  Vanuit diepe verwarring lukte het me om diep verankerde patronen af te breken die mij verhinderden te kunnen leven. Na twee psychotische periodes keerde ik terug in de maatschappij. Zwaar getraumatiseerd. Ik was toen 32. Het enige waar ik nog voor wilde leven was: liefde in zachte, tedere vormen. En vastbesloten tot aan mijn dood nooit op te geven (mijn motto: ‘altijd klaar, maar nooit bereid’). Later kwamen daar mijn drie kinderen bij.  Ook voor hen wil ik leven.  In het contact met hen kreeg ik harde lessen.

Tegenwoordig zie ik grote voordelen van een zwaar leven: heb mij daardoor van zaken kunnen bevrijden. Ik ben bijvoorbeeld minder gevoelig voor sociale angst en schaamte zonder antisociaal, koud en egoïstisch te zijn. Ik probeer positieve invloeden te versterken. Ik wil dat mijn kinderen weten dat er veel goeds gebeurt in de wereld en dat zij een positieve keuze voor het leven kunnen maken, iets waarvan ik weet dat dat mogelijk is, ook al lijkt dat soms niet zo. Nog een voordeel van een zwaar leven is om angsten te relativeren. Want, ‘wat is het ergste wat mij kan overkomen wat ik niet overleefd heb?’

Ik wil wat ik leer en de positieve kracht die mij drijft inzetten in de ggz, in beleid en directe patiëntenzorg. Ik schrijf blogs. Die worden op psychosenet, LinkedIn en de website van Wij zijn Mind, goed gelezen (40.000 – 50.000 keer), ook door politici, ministers, tweede kamerleden, hoogleraren, managers. Ik wil een boodschap overbrengen. Ik zeg – met enige relativerende zelfspot – wel eens ‘niet gek voor een gek’. Mijn werk binnen de ggz beschouw ik als roeping, een manier van zijn, mijn raison d’etre.  Soms betaald, soms niet, wat ik irrelevant vind want ik ga geen geld achterna; geld volgt mij. Mijn missie: het menselijk houden van de zorg, het doel: ‘zero suïcide’.

In 2016 had ik opnieuw een “wake up call” toen ik prostaatkanker kreeg. Mijn behandelaar vroeg of het, nu ik 60 ben, niet tijd wordt om af te bouwen,  maar ik kom nu juist op snelheid! In contact met een patiënt werk ik vanuit compassie voor het leed van de ander en vanuit interesse: wat beweegt de ander, wat hindert en wat is de mogelijke verbetering van diens situatie. Ik zie bij mensen altijd een complex van dynamische patronen en een diepere gelaagdheid van drijfveren. Ik toets mijn werk door zelfreflectie, supervisie, intervisie en door bevriende en ‘vijandelijke’ feedback. Ik werk gelijkwaardig vanuit werkelijke interesse. Ik kan geloof ik mijn eigen innerlijke emotionele veiligheid goed overdragen. Vertrouwen is een thema in mijn leven en in het contact met anderen. Als ik de ander niet vertrouw, gaat deze zich waarschijnlijk ook onbetrouwbaarder gedragen. Vertrouwen vraagt moed. Want natuurlijk word ik in het leven wel eens bedrogen of verraden. Vooral in mijn privé leven doet dat (emotioneel) pijn en ik ben dan geneigd uit te stoten naar de ander. Dat is een aandachtspunt. In mijn werk ben ik minder kwetsbaar. Als je in de behandeling of begeleiding in de ggz echt contact aangaat, is dat een risico voor zowel patiënt als behandelaar.  Je zelf jezelf op het spel.  Dat moet je leren en niet iedereen kan dat.

Ervaringsdeskundigen geven hoop. Wij zijn het levende bewijs dat heling mogelijk is. Wij kunnen het stigma van patiënt-zijn doorbreken. In het herstelproces kunnen diagnoses zelfs mooi op je C.V. staan!

Ik vind authentiek en congruent zijn heel belangrijk. Daarin zijn ervaringsdeskundigen sterk. In de ggz werd (wordt) hiërarchisch gewerkt. Behandelaren staan vaak boven de patiënt. Als ex-patiënt is de ervaringsdeskundige bij uitstek de tegenpool van deze houding en professioneel nabij. Ik vind dat het bij ons niet gaat om een methodiek, maar vooral om contact van mens tot mens. Dat kan al helend zijn. Je moet allebei iets van jezelf laten zien, dat geeft ruimte. Voor patiënten geldt vaak:  “I show if you show”: Ik laat wat zien als jij wat laat zien. Ik zorg voor veilig contact, fysiek en emotioneel. Dat moet je voelen. Vanuit deze vaak onuitgesproken veiligheid kan contact zich ontwikkelen. Ik vind voor een ervaringsdeskundige beroepsethiek belangrijk, met grenzen als: geen ongepaste relaties, geen handel, geen strafbare zaken, dus niets wat de behandeling en heling van de patiënt schaadt. Zelfonthulling moet gepast zijn en persoonlijke integriteit en authenticiteit doorslaggevend,  aangezien iedereen een “detector” heeft om onecht en onwaar te onderscheiden. Mijn grens is: chantabel zijn, en zelfs deze opmerking is kwetsbaar ;).

De ervaringsdeskundige kan ‘voorgaan’ in patiëntencontact, met een krachtige aansluitende (niet oplossende) eigen ervaring voor de vertrouwensbasis. Na een diagnose een waardevol leven leiden is mogelijk. Herstel ook, zelfs als er nog gradaties in klachten zijn. Er is geen pil voor hoop, wel een vel; in menselijke vorm. Openheid van de ervaringsdeskundige kan ook iets brengen voor het team. Vaak zijn het verschillende werelden, de meer gevoelsmatige van de ervaringsdeskundige en de cognitieve van de behandelaars. Die kunnen meer bij elkaar komen. Een goed functionerende ervaringsdeskundige kan als katalysator en bruggenbouwer tussen ggz en patiënt een belangrijke taak of rol hebben.

Het wonder van de menselijke geest blijft mij verwonderen.

 

Russel Lawrence Cummins jr.

Juli, 2020