De opmars van ervaringsdeskundigheid; een gesprek tussen 2 ervaringsdeskundigen (deel 3)

/Artikel /De opmars van ervaringsdeskundigheid; een gesprek tussen 2 ervaringsdeskundigen (deel 3)

De opmars van ervaringsdeskundigheid; een gesprek tussen 2 ervaringsdeskundigen (deel 3)

Over transparantie, doelgerichtheid en kwetsbaarheid

Tekst: Paul Aerts, Marjo Boer

Deel 3

Ervaringsdeskundigheid is aan een lange opmars bezig in Nederland. Die gaat zeker niet zonder horten of stoten. De meningen over de inzet van ervaringsdeskundigen zijn verdeeld, maar de waarde wordt ook in het werkveld van de psychiatrische en maatschappelijke zorg gezien. Marjo Boer en Paul Aerts betekenen beide iets in de wereld van de ervaringsdeskundigheid. Samen gingen zij in gesprek over het vak van de ervaringsdeskundige.

 

De ervaringsdeskundige neemt doelen niet als uitgangspunt. Klopt deze stelling?

Marjo: “Het kan goed zijn dat het doel dat een hulpverlener stelt niet het doel van de hulpvrager is. Denk aan je huis op orde houden. Soms kan het voor iemand die zijn huis niet schoonmaakt uiteindelijk heel vervelend zijn als hij daardoor zijn huis verliest. Je kunt mensen ook bijstaan in het doel wat ze voor ogen hebben. Dan heeft iemand vaardigheden nodig om zijn doelen te bereiken, maar die vaardigheden zelf zijn geen doel. Een kunstenaar wil kunst maken maar zal zích bijvoorbeeld ook met de eigen boekhouding bezig moeten houden.”

Paul: “Daar ben ik het mee eens, er zijn wel degelijk doelen voor degene met wie je praat. Ik realiseer me echter dat mijn doelen niet de doelen van de ander hoeven te zijn. Je staat in dienst van je gesprekspartner en niet andersom. Als die doelen voor ogen heeft zoals Marjo al zegt, dan zal ik die natuurlijk niet negeren.”

Zou er meer transparantie moeten zijn in ons vak? Aangezien wij niet met dossiers werken.

Marjo: “Soms is het handig om dingen op papier te zetten. Om iets vast te houden. Dat kan ook samen gedaan worden. Dus bespreken wat in een dossier mag vermeld worden. Het is wel belangrijk dat mensen een crisisplan hebben hoe ze willen dat er met hen omgegaan wordt tijdens een periode van grote verwarring. Natuurlijk met mogelijkheid tot herziening. Ervaringsdeskundigen hebben ruimte nodig om over hun praktijk in intervisies met anderen te praten, ervaringen uit te wisselen en te leren van en met elkaar. Dat heeft ieder vak nodig. Terugkoppelen en reflecteren is wel van belang.”

Paul: “Die intervisies spelen bij het Zelfregiecentrum ook een belangrijke rol, zeker gezien het feit dat wij niet met dossiers werken en alleen in algemene termen vermelden met wie en waarover we gesproken hebben. Toch is terugkoppeling in de zorg wel belangrijk, voor de cliënt, maar ook voor ons. Ik begrijp ook best dat, als je met bijvoorbeeld zorgverzekeraars te maken krijgt, je ook iets wat te maken heeft met resultaat moet laten zien.”

Een psychiater liet onlangs weten dat bij vond dat ervaringsdeskundigen te kwetsbaar zijn om bet vak te doen dat ze doen, hoe denk jij daarover?

Marjo: “Dat kan zijn dat er psychiaters zijn of anderen die dat vinden of die ervaring hebben. Ook met stages maak ik het wel mee, er werkt dan een ervaringsdeskundige die is uitgevallen door opleving van oude klachten en dan ontstaat dat beeld. Het is ook de vraag wat met te kwetsbaar zijn bedoeld wordt. In de praktijk kom je van alles tegen, mensen die zich weinig of zelden ziekmelden of mensen die door stress juist een langer ziekteverlof nodig hebben. Uitval in opleidingen lijkt niet meer voor re komen dan in vergelijkbare opleidingen, al is de beeldvorming soms anders. We weten er denk ik nog te weinig van. Mensen kunnen kwetsbaar zijn als hun levensomstandigheden pittig zijn. Dat maakt mensen altijd meer kwetsbaar. En de ene heeft dan meer draagkracht dan de ander. Een sensitieve werker heeft ook weer een belangrijke kwaliteit.”

Paul: “Zonder wederzijdse kwetsbaarheid zou ons vak niet kunnen bestaan. Ik heb zelf wel een moeilijke periode doorgemaakt sinds ik dit werk doe. Gelukkig staan er dan op het werk mensen voor mij klaar die mij niet uit het oog verliezen. Daar heb ik veel aan gehad. Ja het werk is heftig, daarnaast is het erg waardevol. Voor jou en voor de ander. Moeilijke perioden zijn leerzaam en maken me ook in dit werk sterker.”

 

Bron: Tzitzo magazine, juli 2020