‘Dit is onze kans om ons te laten zien als ervaringsdeskundigen’

/Artikel /‘Dit is onze kans om ons te laten zien als ervaringsdeskundigen’

‘Dit is onze kans om ons te laten zien als ervaringsdeskundigen’

Hogeschool Windesheim onderzocht 300 projecten, die bij moeten dragen aan een sluitende aanpak voor de problematiek rond verwarde personen. Op het slotsymposium ‘Verkenning Inzet Ervaringsdeskundigen op’ (uitgesteld naar 25 september) worden de resultaten gepresenteerd. Ik mocht alvast kennis nemen van een aantal uitkomsten van het onderzoek en sprak daarvoor met Beverley Rose, Projectleider Verkenning inzet Ervaringsdeskundigen en Alie Weerman lector GGZ en Samenleving, beiden werkzaam op Hogeschool Windesheim. Het slotsymposium zal vanwege de corona-maatregelen overigens in de vorm van een webinar worden georganiseerd.

Hoe staat het met de ervaringsdeskundige in Nederland?

“Er zijn een aantal belangrijke issues. Om te beginnen speelt de discussie wie er ervaringsdeskundige is en wie niet. Actueel is ook dat we bezig zijn met de professionalisering van ervaringsdeskundigheid. Er is bijvoorbeeld een vereniging van ervaringsdeskundigen (VvEd). Er ligt een vraag van de VvEd bij ZonMW om onderzoek te doen naar de professionalisering van ervaringsdeskundigen. Wij zijn allebei betrokken bij dit plan.
Landelijk is er natuurlijk een toename van ervaringsdeskundigen, waarbij een deel wil professionaliseren, terwijl een ander deel graag de vrije rol, bewegingsvrijheid wil houden.

“Eén van de dingen die we op willen pakken is onderzoek doen naar hoeveel ervaringsdeskundigen er zijn in Nederland. Hoeveel er zijn opgeleid, hoeveel er via een ander traject zijn aangesteld, hoeveel er worden betaald. Dat is allemaal niet bekend.
Dat doen we vanuit het URC consortium, een samenwerking tussen het lectoraat GGZ en Samenleving van hogeschool Windesheim, kenniscentrum Phrenos, het Trimbos-instituut en de VvEd. Die laatste is hier in de lead.”

Wat hopen jullie voor de komende vijf, tien jaar?

“Dat ervaringskennis als derde bron van kennis (naast wetenschappelijke kennis en praktisch professionele kennis), wordt opgenomen in het beleid, dat goede zorg niet kan zonder ervaringskennis. En dat de inzet daarvan in verschillende rollen wordt uitgewerkt, niet alleen in de rol van ervaringsdeskundige, maar ook als complementaire kennis. Bijvoorbeeld bij psychiaters die opgenomen zijn geweest, of andere beroepen die ook dezelfde ervaring hebben als de ervaringsdeskundige, dat ook zij de mogelijkheid krijgen om zich daarin te bekwamen, zodat de ervaringskennis ook meer geborgd wordt. En dan niet als een vorm van zelfonthulling, maar als leertraject hoe je die kennis kunt inzetten.
Daar zitten we nog heel ver van af, want het stigma op dit soort ervaringen is heel groot. Er is veel angst voor stigma en negatieve reacties als je als zorgprofessional iets mee wilt gaan doen. Je kan ontslagen worden, je wordt verdacht gemaakt. Het is nog steeds een heel moeilijk iets, wat ook uitgedragen wordt door de instellingen. Er wordt heel veel gestigmatiseerd door zorgprofessionals.

Ervaringsdeskundigen moeten een duidelijke beroepsgroep worden, met een duidelijke opleiding. Het zijn nu vaak eenpitters, waardoor ze zich moeilijk kunnen manifesteren, Het zou goed zijn als ze zich meer verenigen en in grotere verbanden binnen de organisaties werkzaam gaan worden. De discipline moet zich sterker neerzetten. Vandaar ook de oprichting van een vereniging.”

Ondertussen is duidelijk dat het onderzoek ’verkenning inzet ervaringsdeskundigen’ een vervolg krijgt, namelijk in het project ’ontwikkelen kwaliteitssysteem voor ervaringsdeskundigen’ (KvE). Zie de publiekssamenvatting op de website van ZonMw

Het Slotsymposium ‘Verkenning Inzet Ervaringsdeskundigen’ op 25 september

Zoals gezegd onderzochten de onderzoekers van Windesheim alle driehonderd projecten, allemaal gericht op lokale initiatieven rond personen met verward gedrag, op de inzet van naasten, cliënten en ervaringsdeskundigen. Dat gebeurde met vragenlijsten, waarbij de respons liefst 55% was. Voor lezers met minder kennis van wetenschappelijk onderzoek: dat is een hoog percentage. Daarnaast waren er telefonische screenings, de 37 projecten die geïnitieerd zijn door ervaringsdeskundigen werden allemaal bezocht en de initiators werden geïnterviewd. De vraag was: ‘Wat doen die ervaringsdeskundigen nou, wat is hun specifieke bijdrage, waar lopen ze tegenaan’. Dat hebben we helemaal doorgelicht”.
De interviews worden momenteel geanalyseerd. “Het gaat vaak om heel creatieve projecten, die allemaal bedacht zijn door en geleid worden door ervaringsdeskundigen.”

“Een rode lijn is dat de mensen allemaal veel meer uren draaien dan waarvoor ze zijn aangenomen. Het zijn ‘passie-uren’, zo’n project kost veel extra tijd. Als onderzoeker vind ik dat nog het meest wonderbaarlijke, hoeveel ze voor elkaar hebben gekregen in zo korte tijd, met weinig geld. Dat is echt ongelooflijk.”

Het slotsymposium ‘Verkenning Inzet Ervaringsdeskundigenop’ vindt plaats op 25 september in de vorm van een webinar.
(oorsponkelijk was het plan een ’normaal’ congres te organiseren op 24 april in Zwolle. Vanwege de corona is de datum uitgesteld en worden de resultaten in een webinar gepresenteerd.)
De toegang is gratis (vol is vol). Voor meer informatie klik hier.

 

Het hele interview is terug te lezen in het e-magazine van GGZtotaal

Auteur: Willem Gotink, augustus 2020