‘Gewoon gek’ bij VPRO Tegenlicht over hoe het anders kan, onder meer bij de herstelacademie

/In geprek met... /‘Gewoon gek’ bij VPRO Tegenlicht over hoe het anders kan, onder meer bij de herstelacademie

‘Gewoon gek’ bij VPRO Tegenlicht over hoe het anders kan, onder meer bij de herstelacademie

Laat één ding duidelijk zijn: dit is geen behandelcentrum. Geen wachtlijst, geen intakegesprek, geen trajecten en behandelplannen, geen diagnoses. Je kunt hier binnenlopen en zeggen: ‘Ik ben suïcidaal.’ Of: ‘Ik hoor stemmen.’ Maar ook: ‘Ik voel me eenzaam.’ Er is altijd iemand die de tijd neemt om naar jouw verhaal te luisteren, die niet oordeelt, diagnosticeert of categoriseert. Iedereen die hier rondloopt heeft een tijdje in een of ander wankel schuitje rondgedobberd. En iedereen gelooft onvoorwaardelijk in het systeem van ervaringsdeskundigen waarop Enik drijft.

De gemeente Utrecht financiert de herstelacademie. Er zijn vijftien mensen in dienst, de rest werkt op vrijwillige basis.
Dat taart en broodjes in café Het Trefpunt er goed in gaan, is te zien. Rond lunchtijd zijn alle tafeltjes bezet. Op de banken in de hoek zit een groep die bij elkaar lijkt te horen. Het zijn studenten die een mbo-opleiding volgen voor maatschappelijke zorg voor ervaringsdeskundigen. Ooit waren ze zelf cliënt bij de geestelijke gezondheidszorg, nu helpen ze anderen weer op de been.
Knuffelig
Abdi richtte een bedrijfje op waar geometrische wandmeubels van hout en metaal worden gemaakt. Als elfjarig jongetje kwam hij in z’n eentje vanuit Somalië naar Nederland. ‘Ik raakte in de problemen: detentie, een psychose. Nu zet ik me in voor andere jongeren. Ik doe wat ik leuk vind: mooie meubels maken. In mijn werkplaats werken jongeren die ook in de problemen zitten. Ik leer ze dat je door creatief en positief te zijn iets kunt bereiken.’
Sheyenna werkt als begeleider bij De Tussenvoorziening, een stichting voor opvang, schuldhulpverlening en dagbesteding. ‘Je kunt zeggen dat wij een zwaar leven hebben gehad, maar ik zeg liever dat ons dingen zijn overkomen. Dat vind ik mooier.
Eén dag per week krijgen ze hier les, de rest van de week werken ze als ervaringsdeskundige hulpverleners bij diverse instellingen.
Patricia helpt jonge daklozen met psychische klachten. Zelf is ze ook een tijdje dakloos geweest. Ze had geen stabiele jeugd, zat in instellingen en bleek bipolair.
Op haar veertigste kwam het omslagpunt. Nu slikt ze medicijnen en voedt haar dochter ‘duizend procent’ anders op dan zij zelf is opgevoed. ‘Mijn moeder omhelsde me nooit en zei nooit dat ze trots op me was. Ik ben heel knuffelig met mijn dochter. Dat heb ik moeten leren. Ik heb de traditie doorbroken.’
Nicky werkt bij het Leger des Heils. Met haar oudste kind woonde ze in een moeder-en-kindhuis, maar sinds een jaar heeft ze haar eigen huis, en een tweede kind. Ze is jarenlang misbruikt. ‘Je hoort vaak dat iemand die misbruikt is zelf ook gaat misbruiken. Dat is zo’n stigma. Ik weet van mezelf wel dat ik dat nooit zal doen, maar je bent toch bang dat andere mensen dat gaan denken. Ik ben nog aan het onderzoeken of ik zelf wil werken met mensen die ook misbruikt zijn.’
Ik ga uit van wat mensen wel kunnen. Iemand die in mijn portiek ligt te slapen, kan misschien heel goed tekenen. Je kunt verslaafd zijn, maar ook heel mooi gitaar kunnen spelen. De waarde van onze opleiding is dat onze docenten ook allemaal ervaringsdeskundigen zijn. Ik heb een detentie- en tbs-verleden en mijn docent ook. Hij heeft aan een half woord genoeg.’
‘Als het mij is gelukt, kun jij het ook, dat is de boodschap,’ zegt Patricia. Wat niet betekent dat iedere ervaringsdeskundige z’n zaakjes volledig op orde heeft. ‘We moeten er veel voor doen om op de rit te blijven,’ benadrukt Ton Verspoor. Maar, zegt Sheyenna: ‘Je hoeft niet perfect te zijn om een voorbeeld te zijn.’