In gesprek met de bestuurder. Aflevering 2 Arnold van Doorn: “Ervaringsdeskundigheid en de transformatie van de zorg”

/In geprek met... /In gesprek met de bestuurder. Aflevering 2 Arnold van Doorn: “Ervaringsdeskundigheid en de transformatie van de zorg”

In gesprek met de bestuurder. Aflevering 2 Arnold van Doorn: “Ervaringsdeskundigheid en de transformatie van de zorg”

Lenneke Elfers in gesprek met de bestuurder 

Aflevering 2      Arnold van Doorn, bestuurder bij Pameijer 

Arnold van Doorn is bestuurder bij Pameijer. Vanaf 2003 ben ik werkzaam bij Pameijer. Aanvankelijk als directeur en sinds april 2016 als lid van de Raad van Bestuur.  Ik heb een zorginhoudelijke achtergrond, psycholoog en heb mij altijd in het bijzonder ingespannen voor de meest kwetsbare cliënten.

Wat zie jij als jouw rol als bestuurder met betrekking tot de inzet van ervaringsdeskundigen? 

Als bestuurder wil ik respect betuigen aan ervaringsdeskundigheid en aan de enorme rol die ervaringsdeskundigen kunnen spelen in de dienstverlening in Nederland. Ervaringsdeskundigen laten als geen ander zien hoe je vanuit complexe problematiek de weg van hoop terug kunt vinden in je leven. En hoe je daarin iets kunt betekenen voor anderen.

Maar het gaat over meer dan respect. Als bestuurder bewaak ik dat respect niet alleen gedeeld wordt, maar ook opvolging krijgt in hoe we werken en wat we doen. Zodat we ervaringsdeskundigen een plek geven, die hen toekomt. Dat doe ik ook extern, door collega’s in de zorg te beïnvloeden, maar ook door uit te dragen naar opdrachtgevers, zorgkantoren, gemeenten en de landelijke politiek dat ik de inzet van ervaringsdeskundigheid enorm belangrijk vind.

Als een organisatie reorganiseert, vind je dan dat ervaringsdeskundigen gelijkgesteld moeten worden aan andere medewerkers?

Een medewerker met ervaringsdeskundigheid stel ik gelijk aan iedere andere medewerker. Het gaat over individuen en de zaken die daar in een reorganisatie bij komen kijken. Het wordt een heel ander verhaal als het gaat om het aandachtgebied ervaringsdeskundigheid in een reorganisatie. Ik denk dat je bij elke reorganisatie goed moet nadenken over afdelingen en functies: hoe zorg ik dat ik de goede dingen behoud en verder kan uitbouwen? Hoe zorg ik dat ik bij de zaken die niet efficiënt en effectief zijn geregeld een slag kan maken? Dat kan bijvoorbeeld met een tandje minder.

Je kunt daarbij niet alle afdelingen op dezelfde manier behandelen. Je beschouwt afdelingen op waarde en je trekt je plan. Doe je dan niet, scheer je alle afdelingen over een kam, en haal je overal een beetje vanaf, dan is de vraag wat er nog overblijft van de vorm en kleur die je eerder hebt aangebracht. Door de jaren heen heb ik ervaren dat de zogenaamde kaasschaafmethode op korte termijn wel financiële effecten kan hebben, maar op lange termijn het risico heeft dat je de kwaliteit van de organisatie aantast. Ook bij een reorganisatie. We weten allemaal dat je niet meer kunt uitgeven dan je hebt, maar ik vind dat je alles op alles moet zetten om de onderscheidende kwaliteit van de organisatie te behouden en waar mogelijk te versterken.

Wat zou jij op gebied van ervaringsdeskundigheid nog een tikkeltje anders willen zien? 

Ik zou graag zien dat ervaringsdeskundigheid een plek krijgt als vast onderdeel van hoe wij aankijken tegen zorg. Geen apart eiland of beweging. Niet van: “we hebben zorg en we hebben ervaringsdeskundigheid”, maar “we hebben zorg en een onderdeel daarvan is ervaringsdeskundigheid”.

Als we kijken naar de zorg- en dienstverlening die we vanuit Pameijer willen bieden en dit vergelijken met wat we in Nederland zien, dan constateer ik een versimpeling. Zorg- en dienstverlening gaat er niet over dat we faciliteren dat iemand wil herstellen en dat het vanuit die inzet wel goed komt.  Ervaringsdeskundigen leren ons hoe ingewikkeld het leven van mensen in elkaar kan zitten. Dat het een kwestie is van vallen en opstaan, van tegenslag, verdriet en jezelf weer hervinden. Daarom zie je bij veel mensen vaak een soort van kwetsbaarheid. Zij hebben veel deuken opgelopen. Dan ben je er niet met: “als u maar wilt en ik faciliteer u, dan komt het wel goed en bent u ervan af”. De kracht van Herstel ondersteunende zorg zit erin dat je vanuit je ervaringen en beperkingen toch kijkt hoe je weer kracht kunt krijgen om verder te komen. Dat je tegenslag leert te overwinnen. Dat er naast die tegenslag ook hoop is. Juist daarom vind ik het zo belangrijk dat ervaringsdeskundigheid geborgd wordt in de hele dienstverlening en niet als een plusje wordt gezien.

Bestuurders mogen ervaringsdeskundigheid in mijn optiek ook niet zien als een modegril die onderdeel is van de leveringsvoorwaarden en de eisen van de financiers om een contract binnen te halen. Daar gaat het niet om. Ik ben ervan overtuigd dat veel van onze cliënten niet genezen, maar wel kunnen herstellen van zaken die ze in hun leven hebben meegemaakt. Er is geen standaard recept voor herstel. Het is een zoektocht en het is fijn wanneer er bakens zijn die de weg kunnen wijzen. Ervaringsdeskundigen vormen zulke bakens en zouden naar mijn idee weleens aan de basis kunnen staan van een heel goede dienstverlening.

Bestuurders denken verschillend over de inzet van ervaringsdeskundigheid. Kun je daar voorbeelden van geven? 

Laat ik twee voorbeelden noemen. Ik zat zo’n drie jaar geleden in een overleg met bestuurders en gemeenten. Het ging over het regelen van faciliteiten voor gezinnen. Ik heb toen uitgelegd dat wij gezinnen hierover zelf moeten benaderen, dat we niet langer de illusie moeten hebben dat wij wel weten wat goed is voor gezinnen en dat we hier ervaringsdeskundigen bij zouden moeten betrekken. Vanuit hun affiniteit en hun ervaring. Het antwoord was dat ervaringsdeskundigen hier nog niet aan toe waren. Ik vond dat de wereld op z’n kop. Wij denken blijkbaar te weten wanneer ervaringsdeskundigen eraan toe zijn. Laten we ophouden alleen van je eigen perspectief uit te gaan. Het is van belang serieus te luisteren. Ervaringsdeskundigen zijn een verrijking van de dienstverlening en misschien wel heel fundamenteel in het vinden van antwoorden.

Het tweede voorbeeld ging over de vraag hoe we de burgers moesten gaan informeren over de transitie in de jeugdzorg een paar jaar geleden. Ik hield een warm pleidooi om Pameijer tv in te schakelen. De mensen die daarbij zijn betrokken kennen immers de belevingswereld als geen ander. Men wees dat af en vond dat een professioneel bureau dit moest gaan doen. Geen klus voor vrijwilligers. Terwijl men bij  Pameijer toch zeer professioneel te werk gaat. Zo moet het dus niet.

Wat zou je adviseren aan een gemeente, als het gaat om de inzet van ervaringsdeskundigen? 

Als ik bij de gemeente werkzaam was, zou mijn startpunt zijn om helder aan te geven dat het in de zorg- en dienstverlening niet alleen gaat om het voorkomen en genezen van psychische klachten, maar ook om herstel. Daarnaast zou ik in de aanbesteding willen zien dat in de leveringsvoorwaarden is opgenomen hoe Herstel ondersteunende zorg een plek heeft. Dat de zorgaanbieder mij laat zien dat het leidt tot kwaliteit, dat mensen erop vooruitgaan en dat ze het naar hun zin hebben. En dat ze daardoor minder afhankelijk worden van zorg en dus minder zorg nodig hebben. Ik zou willen zien hoe de organisatie die financiering vraagt zich hier hard voor maakt.

Zorgaanbieders zouden ook zelf nog harder moeten nadenken over zorg, kwalitatief, maar ook kwantitatief, ook over de kosten. Daarvoor zullen ze in gesprek moeten met ervaringsdeskundigen. Dit kunnen ze niet achter het bureau bedenken.

Ik ben het herstelperspectief zelf veel meer gaan omarmen, toen ik zelf bijna een jaar patiënt was. Ik heb nagedacht hoe ik die persoonlijke ervaringen in kan zetten in mijn werk. Verder leer ik van onze ervaringsdeskundigen. In de masterclass ontwikkelingsgericht werken die ik volg, zitten twee ervaringsdeskundigen en een ervan zit in mijn intervisiegroep Het scherpt mijn denken en verrijkt mijn kennis over ervaringsdeskundigheid. Wat ik daar leer, gebruik ik weer in mijn werk.

We zijn op dit moment binnen Pameijer bezig met het thema toerusting en kwaliteit. Productontwikkelaars heb ik de opdracht gegeven om samen met ervaringsdeskundigen te toetsen of datgene wat is bedacht ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Ik zie dat we binnen de organisatie veel hebben bedacht over de inzet van ervaringsdeskundigen vanaf papier. Doen we het ook echt zo? En hoe komt het dat we in een periode van tegenslag toch weer stoppen met een aantal zaken. Hierop zullen we elkaar moeten aanspreken en blijven aanspreken. Een ervaringsdeskundige is een gelijkwaardige collega, geen sluitpost, die op het laatst ook nog nieuw beleid mag toetsen. In mijn bestuurlijke rol waak ik hierover.

Heb je een advies voor de VvEd? 

Het meest belangrijke advies is dat je in je hele doen en laten etaleert dat je een volwaardig lid kunt zijn aan de tafels waar het geregeld en gedaan wordt. Dat je niet ‘de toegevoegde waarde’ bent met als risico dat je als sluitpost fungeert.

Doe dit vanuit herstel ondersteunende zorg, niet vanuit het bekritiseren over wat de zorg allemaal laat liggen. Wees scherp en maak hard wat jullie allemaal kunnen betekenen. Zorg dat ze niet meer om je heen kunnen. Verenigingen die alleen reageren op wat er gebeurt, bepalen niet zelf hoe hun dag eruitziet. Dat laten ze anderen doen.

Ik vind het mooi dat je vertelt dat sympathisanten voor de vereniging van essentieel belang zijn. De vraagstellingen en opgaven zijn complex van aard, die kun je alleen benaderen en verder brengen door er vanuit meerdere perspectieven en partijen naar te kijken. Het perspectief van ervaringsdeskundigheid is daarbij essentieel. Geef aan dat je vanuit de inhoud en visie op herstel aan tafel wil. Dat je van wezenlijk belang bent. Ervaringsdeskundigheid is dat wat Nederland nodig heeft.

Nawoord

Ik ben trots op Pameijer omdat wij er in de afgelopen jaren werk van hebben gemaakt om herstel ondersteunende zorg en de positionering van ervaringsdeskundigen een echte plek te geven bij onze organisatieontwikkeling. Tegelijkertijd ben ik mij er ter dege van bewust dat dit ons niet altijd gemakkelijk afgaat. Ook wij hebben bij voortduring de soms de neiging om het paradigma van genezing en de daartoe vereiste van professionele behandelaars voorop te plaatsen. Van het moment dat wij de Herstel ondersteunende zorg met de inzet van ervaringsdeskundigen zijn gaan omarmen, is van tijd tot tijd de wet van de remmende voorsprong in werking getreden.

Dat wij desondanks onze koers vast zijn blijven houden is vooral te danken aan onze ervaringsdeskundigen. Hoewel zij tot op de dag van vandaag geconfronteerd en belemmerd worde door het “oude” paradigma van behandeling, zijn zij trouw gebleven aan hun uitgangspunten. Elke weer zijn zij in staat gebleken om de persoonlijke teleurstelling en frustratie te overwinnen door deze verandering in de zorg aan te blijven jagen binnen en buiten Pameijer. Op welhaast onnavolgbare wijze hebben zij hiermee de hoop nooit laten vervliegen en hebben zij als professionele collega’s een substantiële bijdrage geleverd om de Herstel ondersteunende zorg met de inzet van ervaringsdeskundigen een vaste plek te geven binnen en buiten Pameijer. Sterker nog, ik denk dat zonder hun inspanningen Pameijer al lang teruggevallen was in ouderwetse dienstverlening. Hulde komt eenieder van hen toe en zonder hierbij iemand te kort te willen doen steekt de grote bijdrage van Lenneke Elfers – Quak er met kop en schouders bovenuit. Zij is een boegbeeld van waar de verandering voor staat en zij heeft mij duidelijk gemaakt dat blijvende effort hierin ook van mij als bestuurder vereist is en blijft. Pameijer is haar en haar collega’s zeer veel dank verschuldigd voor het baanbrekende werk waarmee zij toekomstbestendige zorg- en dienstverlening echt “smoel” hebben gegeven. Ik adviseer al mijn collega-bestuurders dan van harte aan om ruimte te (blijven) maken voor ervaringsdeskundige trekkers in de organisatie om de transformatie van de zorg daadwerkelijk mogelijk te maken.