Marcello over de invloed van ontwrichting en pesten op het werk

/Interview /Marcello over de invloed van ontwrichting en pesten op het werk

Marcello over de invloed van ontwrichting en pesten op het werk

Marcello  de Mello is een zorgprofessional met ervaringsdeskundigheid en werkt bij IrisZorg als groepswerker op een opvangvoorziening voor dak- en thuisloze mensen.

Hieronder zijn verhaal over de invloed die ontwrichting en pesten op het werk op hem heeft gehad.

Pesten op het werk
Hoe houd ik het vol? Hoe kom ik uit deze situatie? Vraag jij je dat weleens af op het werk? Marcello werd tien jaar lang op het werk gepest. In zijn geval begint het met een leidinggevende die zich negatief over hem uit tegen andere collega’s van Marcello. Maar het kan ook je naaste collega zijn. Misschien wel iemand met veel aanzien of iemand die al lang bij ons werkt. Iemand die meer mensen mee krijgt en herhaaldelijk negatief over jou praat tegen je andere collega’s. Dat geeft ruimte aan anderen om je te bekritiseren of buiten te sluiten. Het schept een giftige sfeer waarin jij je niet op je gemak of niet gewaardeerd voelt. Een negatieve sfeer die zich als een olievlek over een team of afdeling kan verspreiden. Marcello vertelt zijn verhaal en geeft tips over hoe we toch eigenlijk met elkaar zouden moeten omgaan. Wat gelukkig in veel gevallen ook gebeurt, maar in sommige gevallen helaas ook niet. Pesten op het werk komt ook bij ons voor. Wij kunnen onze gebruikte methodieken voor cliënten,
Krachtwerk en CRA, ook op ons van toepassing laten zijn.

Zondebok
“Alle problemen van de opvang komen door jouw accent”, zei mijn leidinggevende tegen me en plein public”, begint Marcello. “In de vergadering tussen mijn collega’s krijg ik te horen dat ik niets meer mag doen uit mezelf. Het is niet de bedoeling dat ik mijn mening zou geven over iets. Ik kan maar beter naar mijn collega’s luisteren.” De toon is gezet voor jaren van uitsluiting, niet gewaardeerd en gehoord worden. Hij doet zijn werk niet goed, was steeds wat hij hoort. “Als een leidinggevende of een andere collega laat merken aan anderen dat een van de medewerkers niet goed functioneert, dan werkt dat door in hoe collega’s met je omgaan. Er werd niets uitgesproken, ik kreeg alleen verwijten. En als ik er niet mee eens was, kon ik gaan.”

Dragen
Marcello vertrekt niet, maar zoekt juist naar manieren om zijn werk nog beter te doen. Hij moet regelmatig op het matje komen en moet dan verschillende trajecten volgen. Omdat zijn Nederlands niet goed genoeg wordt gevonden, moet hij naar het Rijn IJssel voor Nederlandse les. “Bij de intake zeggen ze: Ik begrijp niet wat u hier doet, want u scoort overal uitstekend op.” Zijn gezin geeft hem de kracht om door te gaan. Zijn werk zorgt er wel voor dat hij de nodige dingen binnen zijn gezin kan doen. Ondertussen mag hij geen sturing of coaching geven. Geen sancties aan cliënten of meedenken in verschillende casussen. “Wat er ook mis ging, het was mijn schuld.”

Bewijsdrang
Als de leidinggevende vertrekt en de periode van zelforganisatie aanbreekt, lijkt de sfeer even te veranderen. Marcello kan meer gaan doen, waar hij voorheen niets mocht. In de functioneringsbeoordeling mogen zijn collega’s beoordelen hoe hij het doet en of Marcello mag blijven. Zijn reactie hierop: “Ik zorgde dat zij zo min mogelijk hoefden te doen en dat ik zoveel mogelijk deed.
Ik wilde laten zien dat ik goed was in mijn werk en werkte me vervolgens een slag in de rondte. En toen bleek dat 83 procent positief was. HRM zei tegen mij: 17 procent is negatief, dus je moet heel veel leren. Dat negatieve bleef toch de tendens.”
Handelwijze Marcello had graag waardering gehad voor alles wat hij deed. “Als ik terugkijk had ik liever niet alles in mijn eentje willen doen. Ik had het super druk en toch kreeg ik te horen dat ik het niet goed deed.” Wat had hij anders kunnen doen? “Misschien was de enige mogelijkheid om weg te gaan. In plaats van tegen deze situatie te vechten, was ik bezig met: hoe houd ik het vol. Als ik hier niet goed genoeg was, zou ik dat elders ook niet zijn, was mijn gedachte. Ik had weinig zelfvertrouwen en veel te verliezen. Deze situatie was veilig voor mij om in te blijven. En ik dacht: doordat ik dit heb, heb ik thuis ook wat ik nodig heb en heeft mijn kind ook wat die nodig heeft.”

Parallel gedrag
Marcello ziet een parallel met zijn verleden. “Ik voelde me gevangen in mijn situatie op het werk. Vroeger heb ik me thuis ook gevangen gevoeld. Het is een herhaling: hoe overleef ik? Ik heb me bepaald gedrag aangeleerd om te overleven en dat opnieuw ingezet in een volgende negatieve situatie. Ik denk dat ik door negatieve feedback dieper geraakt word dan een ander.”
Gelukkig is de situatie nu veranderd nu er een nieuwe leidinggevende is. Marcello haalt niet meer al het werk op zijn hals, maar het werk is goed verdeeld. Ook volgt hij een opleiding waar hij gewoon zijn mening kan geven, anders dan hij op zijn werk gewend was. “Daar zijn ze niet per se negatief over, maar ook positief. Daar voel ik me veilig. Heel fijn om te ervaren.”

Tips van Marcello voor een betere omgang met elkaar

1. Benader je collega’s positief. Dat is belangrijk om een positieve sfeer te hebben en een goed samenwerkende team.
2. Benader cliënten positief, zodat een traject ook een goede kans van slagen heeft.
3. Zie jezelf als iemand die een voorbeeldfunctie heeft voor collega’s en cliënten.
4. Neem beslissingen in overleg met collega’s. Dat versterkt de cohesie en samenwerking van het team.
5. Stuur enkel de betreffende collega een mail als hij/zij jou mailt of als je een tip wilt geven, omdat hij/zij even ergens in tekortschiet. Of bespreek het enkel met die betreffende collega. Dat voorkomt ruis en misverstanden.
6. Ga niet op een verwijtende manier in gesprek met je collega’s.
7. Handel niet vanuit een vooroordeel om vervolgens verwijten te uiten.
8. Waardeer je hardwerkende collega’s, de mensen die de verantwoordelijkheid nemen. Dat leidt
tot positieve emoties en uitingen en uiteindelijk een positieve sfeer. Dat is een keuze die je zelf maakt.

Zit je in een situatie waarin je gepest wordt? Neem waar mogelijk contact op met een vertrouwenspersoon.