Top 10 MIND Poëziewedstrijd is bekend!

/Nieuws /Top 10 MIND Poëziewedstrijd is bekend!

Top 10 MIND Poëziewedstrijd is bekend!

Uit meer dan 200 inzendingen over de thema’s kwetsbaarheid en kracht heeft de jury een Top 50 samengesteld, met daarbinnen een Top 10. Op deze Top 10-gedichten kon gestemd worden tot 1 oktober.

De genomineerde gedichten en dichters staan hieronder (in alfabetische volgorde).

——————–

Superheld (Rosan van der Zee) WINNAAR MIND Poëzie Award 2020

Ik blijf me altijd weer verbazen
Zoals ik mezelf steeds weer hervind
Zo breekbaar als de glazen
Waarna ik de scherven met goud opnieuw verbind

Ik sta echt van mezelf te kijken
Wat doe ik dat toch goed
Terwijl de grond onder me blijft bezwijken
Vergt iedere landing juist zoveel moed

Vroeger droomde ik van een superheld
Die me kon vangen na elke val
Nu heb ik mijn droom bijgesteld
Blijk ik zelf de held die me redden zal

De wereld mag best weten
Hoe sterk je moet zijn om er voor jezelf te zijn
Ik heb mezelf veel te vaak verweten
De oorzaak te zijn van mijn eigen pijn

Helden komen niet alleen van andere planeten
Dat heb ik altijd al geweten
Laat ik dus niet vergeten
Dat ook ik een superheld kan zijn

——————–

Zeg tegen mezelf (Lo Doomernik) Gedeelde 2e plaats MIND Poëziewedstrijd

En ik zeg tegen mezelf
Dat het brein verzot is op problemen
En dat ik daarom al deze dingen denk

Ik moet op dit uur trouwens geen enkel product van mijn verstand nog serieus nemen
Dus ik leg het naast me neer
Om mee te knuffelen
En op de golven van deze innerlijke dialoog
Val ik in slaap

De volgende ochtend
Spoel ik aan op de kust van trivialiteit
Maar de dialoog is nergens heengegaan

En ook op de fiets voel ik mijn eigen lippen bewegen
En ik denk bij mezelf:
Ik word gek

En dan lach ik omdat ik besef
Dat ik veel gekker ben geweest
Ik was afgeschreven, opgegeven
“Chronisch psychiatrisch patiënt”
En ik zeg tegen mezelf:
Je weet inmiddels best
Dat je zo gek nog niet bent

——————–

Duikelaar (Ellen van Heek) Gedeelde 2e plaats MIND Poëziewedstrijd

je leven lijkt in evenwicht
standvastig en onwankelbaar
positie fier rechtop, vrij zicht
nog onbewust van het gevaar

ruw duwt plots tegenslag, je zwicht
kantelt in onbalans, loodzwaar
duister bedekt het hemellicht
jouw waarheid blijkt een leugenaar

val je dan kwetsbaar en ontwricht
weet, er staat iemand voor je klaar
liefde vormt steeds vast tegenwicht

tuimelend als een duikelaar
ervaar je stille kracht die richt
geloof en hoop als steunpilaar

——————–

Hospice (Jurriaan Beckers)

Verstarde foetus, gekrompen en klein
’t lukt niet meer voor mij de grootste te zijn

Je bent niet meer zo stoer, waar is nu al je kracht?
dunne pap slechts je voer, die de zuster net bracht

Ik betaal haar met liefde, zolang zíj voor je zorgt
ik ben zelf iets te druk, of misschien te bezorgd?

Dat er nu in je schedel, ook slechts pap zit en niet
die fantastische geest, die nu niemand meer ziet

Herinnering: je zwom ver in zee, om de vlieger te halen, die ik had losgelaten

Staan we op een balans, ouder en kind,
die, als het goed is, aan ’t eind, zich in het midden bevind?

Om en om zijn we hulpeloos, maar ik wil niet ruilen van rol
ben ik gewogen en te licht? Ben ik niet zo liefdevol?

Zorgt een ouder uit noodzaak, ben ik nu doof voor je kermen?
ook al kún je niet meer: blijf me altijd beschermen

Naschrift
Wat rest me nu? Ik druk op de knop
maak poeder uit pap, het vuur brandt je op

Ik zal je gaan strooien, waar je zwom voor me, toen
en alsmaar die vraag: kon ik écht niet meer doen?

——————–

Ik ben als Rotterdam (Judith Bisscheroux)

Ik ben als Rotterdam
Geen woorden maar daden
Ik ben als Rotterdam
Sterker door strijd
Daadkracht verdwijnt als je nergens meer woorden aan geeft
En sterkte verslapt als je moegestreden bent
Ik ben als Rotterdam
Ook mijn binnenstad werd gebombardeerd
Mijn mentaal cement door verdriet verteerd
Goede gedachten aan flarden geschoten
Mooie herinneringen in puin op grote hopen
De oorlog die woedt in mij
Vluchten lukt niet
Vijand en bevrijder ben ik allebei
Maar ik ben als Rotterdam

——————–

Psychiatrisch voorstellen (Judith Bisscheroux)

Hallo, ik ben dus manisch depressief
Ik glij tussen duister donkerte en grenzeloos creatief
Maar liever noem ik het bipopulair
Een positieve draai aan het psychiatrisch vocabulaire
Want zeg nou eerlijk een gekwelde geest dat wil iedere artiest
Het verbaast mij dat niet elke kunstenaar een diagnose kiest
Ik breng er iedere dag wel een stemming in
Balancerend tussen genialiteit en knotsgekke waanzin
Aan mijn lotgenotenzij heb ik Marilyn, Beethoven en Van Gogh
Oké, die heeft misschien geen oor meer maar wat dan nog
Oh, je hebt liever niet dat ik mijn stoornis hardop bespreek
Om dat die onbekende net al onze kant op keek
Jammer, chronische kortzichtigheid staat niet in de DSM
Helaas weet nu heel het terras het door mijn harde stem
Want ik heb nu eenmaal een schitterend gebrek
En, dames en heren, dat is simpelweg te gek

——————–

Keerpunt (Henry Bosman)

Hij, aan de rand van het binnenravijn:
Springt hij er in, zal hij dan kunnen vliegen?
Zal hem de levenswind trouw blijven wiegen?
Zie hem daar staan, dood als uiterlijk, schijn

Neem me het lot af van steeds moeten liegen
dat ik de tijd heb voor zijn om het zijn
Bang voor de waarheid: de leegte doet pijn
vol van verleidingen die me bedriegen

Hoor hoe ze lokt, hoe de levenswind zingt
Voel je verlamming en stilstand je dwingen
tot blijven staan, je van uitstel doordringen

Ik leef niet lang meer, geen tijd te bedingen
Nu meer dan ooit door het gindse omringd
Winnend verliezen — Je leeft. En hij springt

——————–

Quarantainetranen (Jennifer Jansink)

Jij hebt geen quarantaine nodig om opgesloten te zitten,
de stemmen in de hoofd vertellen je al jaren dat je beter
binnen kunt blijven.

Jij hoeft niet aan social distance te doen,
want je vrienden hebben je al jaren geleden laten vallen.

Jij hoeft niet bang te zijn of een van je familieleden te verliezen,
je hebt iedereen al verloren.

——————–

Ken jij jezelf? (Jeanine Leenheer)

Laten we de verhalen die wij onszelf vertellen
in een doosje stoppen op de zee.
Dan zeggen we tegen de wind:
‘Neem alsjeblieft het doosje mee.’

In het doosje zitten al mijn angsten,
onzekerheden en verdriet,
die zwaai ik nu vaarwel want
ik ben mijn angsten niet.

Ik ben veel meer dan dat,
ik ben de zon en de maan.
Ik ben het licht en het duister,
ik ben klaar om te gaan staan.

Om mijn stem te laten horen,
wie ik werkelijk van binnen ben.
En het maakt mij niet uit wat jij van mij vindt,
want ik ben blij dat ik mezelf ken.

Ooit maakte ik de belofte om
de authentiekste versie van mezelf te zijn.
Hier ben ik dan: open, oprecht en kwetsbaar,
sterker dan ooit en fijner dan fijn.

Laten we leven met volle teugen,
en onze eigen waarheid onder ogen komen.
Laten we weer in onze eigen kracht staan,
en de energie weer laten stromen.

——————–

Een afgerond gedicht dat nooit af is (Jaap van ’t Riet)

wanneer de nacht gekomen is wanneer
dagen donker droef en futloos voelen
schemering al is wat rest

wanneer mijn adem stokt omdat leven
oneerlijk hard genadeloos letter-
lijk adembenemend blijkt

dan

is het tijd

het is dan tijd om niet te
aarzelen doch vastberaden voorwaarts
ongeacht waarheen waarom zelfs waartoe

het is nu

slechts

nu is slechts het moment om zachtjes in
en rustig uit te ademen
eeuwige veerkracht ligt hier geborgen

in

en uit en